Home Nieuws Het mysterie van de 100 (2016) De dood wandelt mee (2015) Een wandelende tijdbom (2014) De Goudenkruisdragers (2012) Dood van een marsleider (2011) Het verdriet van de Vierdaagse (2010) Vrijdagmoorden (2009) De dood of de gladiolen (2008) Vierdaagse Auteurs Bestellen en contact
De dood of de gladiolen (2008):



De derde dag: de dag van Groesbeek


17 juli 2008

Om 10.12 uur werd er aangebeld bij het huis aan de Sint-Annastraat. Op de stoep stond Annelies Roothuizen, met in haar hand de VVVgids van Zeeland. Rogier deed open en de frisse ochtendlucht vulde de vestibule. Ze vroeg of hij al had nagedacht over haar vraag. Ze wachtte zijn antwoord niet af, tikte met de gids tegen zijn schouder en liep langs hem heen het huis in. Ze wist de weg nog. Ze zei dat er vaak nog wel van die aantrekkelijke aanbiedingen waren, van huisjesverhuurders die nog niet alles kwijt waren en zo probeerden de boel vol te krijgen. Voor tweehonderdvijftig euro hadden ze een riante bungalow in Renesse of Haamstede.
Overdonderd liep Rogier haar achterna de huiskamer in.
‘Doen we koffie?’ vroeg ze. Ze zag op de lage tafel de lege bierflesjes en de afstandsbedieningen. ‘Is het feest naar hier verplaatst?’ vroeg ze. Ze draaide zich om en keek hem aan. ‘Of ga je liever naar Drente?’
‘Annelies,’ begon hij, maar hij wist niet hoe de zin verder ging. Met een vaag gebaar sjokte hij de keuken in en zette water op. Hij wist niet wat ze wilde, hij wist ook niet wat hij wilde.
Ze was in de deuropening gaan staan, een arm langs de post, een hand op haar heup. Zo stond ze ook tijdens haar eerste bezoek aan het huis, een eeuwigheid geleden, op diezelfde plek, en hij was naar haar toegelopen en had beide handen op haar borsten gelegd. Ze had vrolijk gezegd dat ze voor zo’n toenadering wel toestemming wilde geven, maar dat het altijd haar borsten zouden blijven. Hij had haar bloes open geknoopt en zich een weg naar binnen gezocht. Je krijgt ze terug, had hij beloofd. Elke keer weer.
‘Rogier,’ zei ze en even leek ze weer op dat meisje van toen. ‘Laten we het proberen…’
Hij ging de kastjes langs, terwijl alles voor de koffie allang op het aanrecht stond. Hij was naar iets op zoek waarvan hij nog niet wist wat en waar het was. Al wat hij zag, was dat Louise gisteren flink had ingeslagen en hij begreep niet waarom. Hij zei: ‘Ik moest kiezen tussen mama en jou en…’
Ze schudde het hoofd. ‘Niet waar, Rogier. Zo lag het niet…’
‘Ik heb het momenteel erg druk.’
‘Druk? Waarmee? Met treuren? Drink je zo veel bier, omdat je vindt dat je tegenover je moeder tekortschiet nu je niet loopt? Is het dat?’
Hij zette een filter op een thermoskan, deed er koffie in en schonk het hete water op. ‘Ik ben druk met…’
‘O ja, met die vent die iemand op straat dreigt te liquideren? Alsof dat een levensvervulling is.’
‘Ja, toevallig wel, want die vent meent het. Hij gaat het doen.’
‘En wat dan nog? Wat heeft dat met jou te maken?’
‘Met mij? Dat wordt anders wel een hele toestand en als…’ Hij herhaalde in gedachten haar vraag. Wat had het met hem te maken? Het had met de Vierdaagse te maken, wist hij, en met Irene Jaeger, de vrouw van die mond, maar wat ging haar dat aan? ‘Het is de wereld waarin wij leven, Annelies. Als er... als er helemaal niemand zich meer druk maakt om de staat van ons bestaan, dan…’
‘Je gaat die moord voorkomen?’
‘Zo waar als ik hier sta.’


De tweede dag: de dag van Wijchen | De vierde dag: de dag van Cuijk