Home Nieuws Het mysterie van de 100 (2016) De dood wandelt mee (2015) Een wandelende tijdbom (2014) De Goudenkruisdragers (2012) Dood van een marsleider (2011) Het verdriet van de Vierdaagse (2010) Vrijdagmoorden (2009) De dood of de gladiolen (2008) Vierdaagse Auteurs Bestellen en contact
Het verdriet van de Vierdaagse (2010):



3. Een nieuw beroep


Nijmegen, zes weken voor de Vierdaagse

Het was in de week dat het wereldkampioenschap voetballen in Zuid-Afrika begon, tegen het eind van de middag, toen er bij het huis aan de Sint Annastraat werd aangebeld. Rogier had de afgelopen week in de bibliotheek op internet gespeurd en werk van Maurits van Cleef bekeken. Een hotel en wat woontorens in Rotterdam, een gevelreconstructie in Delft en een prachtig, prijzenwinnend cultuurhuis in Stockholm. De man was ongeveer van de leeftijd van zijn ouders, iets jonger, woonde het grootste deel van zijn leven in Arnhem, maar dat hij Vierdaagsen liep, daar werd nergens over gesproken. Vierdaagsen stonden waarschijnlijk niet in verhouding tot een cultuurhuis in Zweden.
Rosanne Danhoff had niets meer van zich laten horen. Dat betekende dat Van Cleef alweer boven water was, of dat ze haar onrust had opgegeven. Het kon ook zijn dat ze geen vreemdeling uit Nijmegen nodig had bij haar business als zaakwaarnemer.
Van alles wat hij van zijn werk miste, was dat alleen het rijden op de bus. Af en toe stapte hij daarom bij een oudcollega in en maakte hij een ritje van begin- tot eindpunt. Met zo’n ding vol mensen door de stad, dat was uitermate gezellig. Een uitgestoken hand hier, een bedankje daar. Dan nog een beetje stoer manoeuvreren door de drukte. Voor het overige was hij blij verlost te zijn van halfbakken cao’s, van de vele kastanjes die de vakbond zogenaamd voor jou uit het vuur haalde, compromissen die van tevoren al vaststonden en net zo lek en wrak waren als de meeste voertuigen van het bedrijf.
Misschien moest hij iets kunstzinnigs ontwikkelen. Schilderen, beeldhouwen, wandelroutes ontwerpen. De lege tijd om hem heen voelde als was er een vreemdeling in zijn huis. Zwijgend en nerveus bewoog deze ongenode gast zich achter hem aan door de ruimtes, alsof hij Rogier erop wilde attenderen dat er bezoek in aantocht was en dat hij de tafel voor extra eters moest dekken. Maar helaas, er kwam niemand. Of het moest Sander zijn, de buurjongen, die in zijn verlangen naar beroemdheid nu had bedacht dat hij beter naar de filmacademie kon gaan. Met films kon je veel beroemder worden dan met een cd. Misschien werd hij dankzij zijn dansles wel een dansende acteur, zoals Patrick Swayze of John Travolta. Kende Rogier die mensen? Rogier kende weinig mensen uit de film. Hooguit ergerde hij zich aan Sanders kleding. Niet zozeer aan dat kinderachtige Arsenalshirt, maar eerder aan die idiote, half afgezakte broek. Wat was dat voor een mode?
Nu was de bel gegaan. Hij hoopte dat vijf, zes oud-collega’s hem eens een enorme bos bloemen kwamen brengen. Als dank voor zijn grenzeloze collegialiteit. Op een drafje ging hij door de gang en de vestibule naar de voordeur. Op de stoep stonden twee mensen. Een van de twee zat eigenlijk. In een rolstoel. Geen Jehova’s getuigen, dat was al snel duidelijk. Een man en een vrouw, in chique kleding en met een strenge blik. Misschien vijf, zes jaar ouder dan hij. De man was degene in de rolstoel, een hoed op schoot. Hij nam onmiddellijk het woord.


2. Tamer en Maurits | 4. Het verlies van een kind