Home Nieuws Het mysterie van de 100 (2016) De dood wandelt mee (2015) Een wandelende tijdbom (2014) De Goudenkruisdragers (2012) Dood van een marsleider (2011) Het verdriet van de Vierdaagse (2010) Vrijdagmoorden (2009) De dood of de gladiolen (2008) Vierdaagse Auteurs Bestellen en contact
Het verdriet van de Vierdaagse (2010):



4. Het verlies van een kind


Nijmegen, Hunnerberg

Mevrouw Maartens had de deur geopend en Rogier binnengelaten. Een ogenblik leek het alsof ze controleerde of hij daadwerkelijk iets fatsoenlijks had aangetrokken. Ze mocht niet klagen. Hij had een prachtig zwart pak aan, nauwelijks gebruikt, misschien gedateerd en een maatje te klein, maar toch, hij zag er op z’n allerzondagst uit. Dat het het trouwpak van zijn vader was, daar zou ze nooit opkomen.
Ze ging hem voor naar de huiskamer, een kamer met hoge varens en daartussen meubilair dat rechtstreeks leek te zijn opgekocht uit de negentiende eeuw. Ze wees hem een van de twee oorfauteuils aan het raam en vroeg of hij koffie wilde. Op een lage kast stond naast een schemerlamp een foto: Isabelle. Alsof haar moeder er al aan had toegegeven dat ze dood was en nooit meer thuis zou komen. Rogier nam plaats, terwijl de vrouw voor het raam ging staan. Ze droeg donkere kleding. Een lange rok tot bijna op de grond en daarop een blouse met zo op het eerste gezicht een paar honderd knoopjes.
Rogier schraapte zijn keel. ‘Ik heb de neiging u mevrouw Maartens te noemen, maar dat weet ik eigenlijk helemaal niet zeker.’
‘Ik ben gescheiden, meneer Hoofs. Vrouwen kunnen dat gezien hun naam moeilijker geheim houden, is het niet?’ In het tegenlicht was haar gezicht nauwelijks te zien en haar stem liet niets los over schaamte of woede. ‘U moet weten, in onze kringen ligt een echtscheiding niet eenvoudig. Dat begrijpt u vast wel.’ Ze liep naar de hoge tafel aan de andere kant van de kamer en nam daar het blad dat er gereed stond. Het blad met kopjes en een koffiekan zette ze op een lage tafel tussen de beide fauteuils. Daar schonk ze de koffie in.
‘Is uw gewezen echtgenoot de vader van Isabelle?’ Het klonk deftiger dan bedoeld.
Ze maakte een instemmend geluid.
‘Mag ik weten waar hij woont?’
Snel was duidelijk dat de rolverdeling haar niet lag. Ze was niet iemand die in antwoorden voorzag, anderen moesten haar daarin voorzien. Zij was degene van de vragen. Met een korte blik naar Rogier nam ze de fauteuil tegenover hem.
Hij bedankte voor de koffie, legde zijn benen over elkaar en vouwde de handen om een knie. ‘U moet zich goed realiseren,’ ging hij verder en hoewel hij haar niet de les wilde lezen, koos hij voor een strenge toon, ‘dat alle informatie die er over Isabelle bestaat met elkaar een antwoord vormt op de vraag waar ze nu is. Begrijpt u dat?’
‘Hij woont in Amerika,’ antwoordde ze koel. ‘Ergens in de buurt van Boston. Chelsea heet het daar.’
‘Amerika? Kan Isabelle daar zijn? Is dat mogelijk?’


3. Een nieuw beroep | 5. Bloedverwanten