Home Nieuws Het mysterie van de 100 (2016) De dood wandelt mee (2015) Een wandelende tijdbom (2014) De Goudenkruisdragers (2012) Dood van een marsleider (2011) Het verdriet van de Vierdaagse (2010) Vrijdagmoorden (2009) De dood of de gladiolen (2008) Vierdaagse Auteurs Bestellen en contact
Het verdriet van de Vierdaagse (2010):



8. Het verdriet van Nijmegen


Nabij de A73

Met grote snelheid reed Tamer Gurbuz zijn Alfa Romeo door de nacht, de stad uit, in de richting van het Rijk van Nijmegen, het natuurgebied langs de snelweg naar het zuiden. Er was niet veel verkeer op de weg. Af en toe een tegenligger; het licht van koplampen door de cabine, het voorbijzoevende geluid. Dan weer het motorgeluid van de Alfa.
Rogier voelde zijn ijskoude handen. Hij had Tamer Gurbuz niets gevraagd en Tamer had niets gezegd. Het was ook wel duidelijk.
Tamer Gurbuz stuwde zijn auto vooruit, sneller en sneller, langs de meubelboulevard, over het viaduct van de snelweg, in de richting van het bos. De lucht was diep donkerblauw, contouren van bomen en van een enkel huis waren zwart.
De dood was in Rogiers gedachten. Hij dacht aan die van Peter Hoofs, zijn wettelijke, maar onechte vader. Zijn semivader. Ze waren allemaal nog zo jong toen hij stierf en niemand wist eigenlijk wat dood zijn inhield, dus huilden ze om de vreemdeling die tussen hen was gekomen. De baar werd gedragen door een aantal professoren van de universiteit, mannen die via zijn vader goudgeld hadden verdiend, mensen ook die naderhand nog een of twee keer aan de deur waren geweest, maar die je daarna nooit meer zag.
Jaren later was er de dood van zijn moeder. In het ziekenhuis. Hij dacht aan het moment waarop hij toestemming gaf de stekker eruit te trekken, omdat de arts had gezegd dat er van leven geen sprake meer was. Nu was hij een wees, had hij tegen zichzelf gezegd, maar nooit en nergens had die nieuwe status zich eerder al laten voelen. Het leven ging onverminderd voort en verlangde nog steeds de allerhoogste inzet, zonder dat hij zich afvroeg wie of wat hij nu precies was. Of kwam dat doordat hij welbeschouwd toch geen wees was?
In een snelle bocht drukte de Alfa Romeo hem tegen het portier. Wegmarkeringen vlogen vlak langs hem heen. Even het licht van de koplampen erop en dan weg. Op een dag als deze zou hij zelf het loodje kunnen leggen, bedacht hij. Maar wat deed het ertoe? Alles was bijna al in gereedheid en zo ver, dat het ook niet meer teruggedraaid kon worden. Wie zouden er om hem treuren? Annelies? Rosanne? Maurits? Zouden ze hem met z’n drieën begraven, met elkaar een kop koffie drinken en bij het afscheid aan elkaar toegeven dat het al met al wel een lastige kerel was geweest, deze Rogier Hoofs? Wie kon het werkelijk wat schelen als er iemand zijn leven besloot? Je dacht hooguit aan je eigen dood en dan was je ook weer opgelucht dat het jou deze keer niet betrof.
Op een T-splitsing moest Tamer Gurbuz diep in de remmen.


7. Isabelle | 9. Otto Maartens' rijk